Mariette Wendelgelst schreef 20 augustus 1999 in de Libelle
Dubbel-interview: Herman en Babette over elkaar.
Nachtvlinder. Het is een huiveringwekkend sprookje over magie, over wonderen, over humor, afgunst, dood en liefde.
Herman van Veen koos het filmverhaalverhaal en koos zijn dochter als tegenspeelster. Nooit eerder hebben vader
en dochter zo intens samengewerkt. Een dubbel-interview.
Hij kan er niet over uit. Tijdens het gesprek, als hij vertelt over zijn overleden
vriend Alois Kurzman aan wie de film is opgedragen, komt er een roodborstje boven
op zijn knie zitten, kijkt even rond en vliegt dan weer weg. Toeval of een voorval
met wel degelijk een betekenis?
Herman van Veen: »Als je dit aan iemand vertelt, zeggen Ze: 'Je bent gék. Er bestaat
niet zoiets als groeten uit de hemel.' En toch heb ik het gekker meegemaakt. Ik had
een vriend, Alois Kurzmann. Hij had lymfeklierkanker. Een buitengewoon progressieve
ziekte. Het ging drastisch bergaf met hem. Zo slecht dat hij eigenlijk binnen een
paar weken was opgegeven. We hebben afscheid van elkaar genomen. Een heel ontroerende,
beetje wereldvreemde situatie, omdat je niet zo goed weet hoe je daarmee moet omgaan.
Ik zei tegen hem:
'Als je nu in de hemel bent, ik ben zo nieuwsgierig of dat zo is, of dat bestaat.'
Het was eigenlijk een tedere manier om de situatie dragelijk te maken. 'Stel,'
zeiden we, 'als je naar de hemel gaat, kun je me dan niet een bewijs sturen? Bijvoorbeeld
een bruine vlinder, zo bruin als je ogen?' De dag erop is hij gestorven.
Ik had een verhaal geschreven over dit voorval voor een van mijn voorstellingen. Ik speelde
in Hilversum en las dat voor en eindigde met: '...en stuur me dan een vlin-der...' Vliegt
er in de volgspot een vlinder, een bruine, en landt op het papier dat ik heb voorgelezen.
Voor het publiek leek het een special effect, knap georganiseerd. Je kunt toch niet
aannemen dat dit zomaar gebeurde, toeval is. En ik dacht van: wauw. Maar ik was ook
ontdaan. Ik bèn naar huis gegaan, maar kon het niet vergeten. En toen ben ik gaan
schrijven. Er zijn mensen die weten, en mensen die geloven. De man die weet zegt:
'Een vlinder is een parasiet, die komt op licht af en leeft van dode dieren.' En
er zijn volken die geloven dat vlinders de zielen van die dode dieren zijn. Ik
schreef een verhaal over een koning die gelooft dat die vlinders zielen zijn. Deze
film is voor mij eèn vorm waardoor ik verder kan met dit verdriet. Het verdriet
van dit verscheiden van een vent die jonger was dan ik, met wie ik heel intens verbonden
ben geweest Het is een cadeau voor hem. Misschien ook wel voor zijn zoon, die ook Herman
heet. Die jongen gaat ooit ontdekken: Herman heeft voor papa een film gemaakt. Het is een
geschenk, maar tegelijkertijd een verwerking voor iets dat mij en miljoenen mensen
bezighoudt. Wat is dit leven? Tussen welke boekensteunen staat het? Is er iets voor en
is er iets na, of is het gewoon voorbij als het voorbij is?"
Wat is uw overweging geweest Babette te benaderen voor een rol?
Herman van Veen: "Ik
merkte dat, terwijl ik bezig was en met andere mensen over actrices sprak, ik telkéns
zei: 'Zo iemand als Babette.' Totdat ik dacht: waarom dan niet Babette! Zij is een
volstrekt no nonsense mens. En Sarah Mogèn, de rol waar ik haar voorop het oog had,
is ook een no nonsense mevrouw. Ik vind dat ze het prachtig heeft gedaan. Het was
zoals het met Babette en mij is. Hai pap. Hai kind. Jij gaat nu daar staan... Eh,
vind je het niet beter dat ik daar ga staan? Goed, dan ga je daar staan... Ze was
vaak zoveel verstandiger dan ik~ In het grote-mensenleven heb ik zo vaak het gevoel
dat je een houtje in je jas moet heb-ben. Als Babette en ik samen zijn is er geen
sprake meer van jas of ook maar van een houtje. Het is een soort thuis. Dat is wat
er zo fijn aan is als je met elkaar kant werken. Dat er geen overbodige informatie
is. Er gebeurt alleen maar waar het echt om gaat. Er zijn geen verwachtingen, geen
druk, geen teleurstellingen. Dat heb je met je kinderen niet. Je bent al Gods gelukkig
dat ze gezond zijn. En dat ze dingen doen waar ze plezier aan beleven.
We hebben met z'n tweeen de film gezien
toen hij klaar was. Samen in een lege, grote zaal, zo'n beetje schouder
tegen schouder. En af en toe ging haar schouder iets dichter tegen die
van mij en af en toe mijn schouder iets dichter tegen die van haar. In
alles is ze gewoon dat meisje waardoor ik nooit meer alleen zal zijn.
Toen zij geboren werd, heb ik voor het eerst het gevoel gehad, los van
mijn ouders, dat ik niet alleen was. Toen zij kwam, was dat voorbij. Je
bent niet langer 'die man' je bent 'papa'. Onveranderbaar. We hebben het
heel goed gehad samen.'
Babette van Veen:
"Ik heb wel even gedacht wat als we
het nou ontzettend oneens zijn en we krijgen slaande ruzie... Zo vaak
zien we elkaar ook weer niet. Een verjaarsvisite of een zondagje samen
uit. Mijn vader is voor zijn werk veel in het buitenland, ik heb het de
laatste jaren ook belachelijk druk gehad. Gaat het wel samen? Maar meteen
dacht ik: waarom ook niet! Het bleek een heel mooie rol te zijn, waarin
ik een heleboel van mezelf kwijt kon. We hebben het gezellig gehad samen.
Ik heb ontzettend gelachen. Ik vond dat mijn vader zinnige dingen te zeggen
had, als dat niet zo was, dan had ik dat ook wel gemeld. Misschien omdat je
elkaar langer kent, je wat sneller zegt: 'jâ pa, moet dat nou zo?' Je draagt
makkelijker je eigen suggesties aan. Met een 'vreemde' regisseur zou ik niet
zo snel zeggen: 'Ik vind eigenlijk dat we het zo en zo moeten doen.' Nu had
ik daar geen moeite mee. Normaal word je gewoon ingehuurd om je rol te spelen,
nu kon ik meepraten. Je ziet ook sneller wat iemand stoort omdat je iemands
karaktertrekjes kent"
Onvermoede kanten van elkaar ontdekt?
Herman van Veen: "Wat mij heeft verwonderd,
is de adequate manier en de snelheid waarmee Babette werkt. Bij alles wat ze doet,
heb je steeds het gevoel dat ze het Is, niet dat ze het speelt. En dat is een vak.
Als Babette de ervaringen kan beleven, de kilometers kan maken in dit vak, dan kan
ze een bewonderswaardig interessante actrice worden. Ik vind haar nu al een heel
goede actrice. Er is geen groter geluk dan je dochter bij de make-up te zien zitten,
te kijken naar het gewriemel in het haar en ineens weer het gezicht van haar moeder
te zien."
Het zoeken
naar de waar-heid, dat waar
het in het leven
echt om gaat,
speelt in de film een grote
rol. Is dat een
vraag die jou ook bezighoudt?
Babette van Veen: "Ik probeer wel stil te staan bij het doel van het leven.
Ik ken zoveel mensen die vijftig zijn en zich afvragen:
heb ik nu wel wat bijgedaagen aan de samenleving? Dat klinkt misschien heel
tuttig, maar na tien jaar belachelijk hard gewerkt te hebben, wil ik mijn
dromen gaan verwezenlijken. Ik wil genieten van iedere dag. Mijn carrière is
wel belangrijk in die zin dat ik de dingen die ik doe, goed wil doen. Maar
ik heb het niet nodig om gelukkig te zijn. Zingen als Linda, Roos en Jessica,
daarvan had ik nooit het idee dat ik dat jaren zou doen. Het was niet waar
mijn hart lag. Het was een opdracht, die ik mezelf had gesteld. Je bent gewoon
gezellig met z'n allen aan het werk. Zo ging het ook met Goede Tijden,
Slechte Tijden. Dat het op televisie komt, daar ben je helemaal niet zo
mee hezig. Je doet natuurlijk je best, maar af en toe merk je dat de mensen
ook wel kijken als je niet het uiterste geeft. Het is moeilijk daar gedisciplineerd
in te blijven.
Nachtvlinder eindigt met een dilemma. Is dood wel dood?
Herman van Veen: "Ik denk dat dood niet bestaat. Er is sprake van een fysiek
verscheiden, daardoor lijkt het leven eindig. Maar als de waarde van iemand
bestaat uit geest, is Van Gogh dan dood? Is Schubert dood? Kunnen we niet
dagelijks om ons heen zien wat er nog rest?Het is blijkbaar de menselijke
houding vast te willen houden, waardoor er zoveel verdriet en pijn ontstaat
bij sterven. Aloïs is voor mij niet dood. Ik kan hem niet meer de hand schudden,
maar die vent zit in mijn systeem. Alleen hebben we geen tweede keer. Dat is wat
het leven zinnig maakt in mijn optiek. Dat je niet denkt: het gebeurt morgen wel.
Leef je leven nu. Als je dat met elkaar beleeft, intens, zonder elkaar te belazeren,
dan wordt dood ook anders."
Mariëtte Wendelgelst.
terug naar de index